ECLI:NL:CRVB:2025:1399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontvangt sinds juli 2020 bijstand en werd geconfronteerd met anonieme fraudemeldingen over zijn financiële situatie. Naar aanleiding hiervan startte de gemeente Den Haag een onderzoek en verzocht appellant om diverse financiële en woongegevens te overleggen. Appellant leverde niet alle gevraagde gegevens aan binnen de gestelde termijn, waarop de bijstand werd opgeschort en later ingetrokken.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hem geen verwijt kan worden gemaakt omdat hij niet over de gegevens kon beschikken en dat het onderzoek onterecht was. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was het onderzoek te starten op basis van de meldingen en dat schriftelijk vragen om informatie een gebruikelijke onderzoeksmethode is. Tevens concludeerde de Raad dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over de gevraagde gegevens kon beschikken, noch dat hij dit tijdig kenbaar had gemaakt.
De Raad verwierp alle beroepsgronden en bevestigde het bestreden besluit tot intrekking van de bijstand. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van het tijdig en volledig verstrekken van relevante gegevens bij sociale zekerheidsuitkeringen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet tijdig verstrekken van gevraagde gegevens wordt bevestigd.