ECLI:NL:CRVB:2025:1412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij Ziektewetuitkering
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht meer had op ziekengeld vanaf 4 april 2022. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Na benoeming van een deskundige en rapportage heeft het UWV op 26 februari 2025 een gewijzigde beslissing genomen waarbij het bezwaar van appellant alsnog gegrond werd verklaard en de Ziektewetuitkering werd voortgezet tot de maximale termijn van 104 weken.
Appellant voerde aan dat er onvoldoende medisch onderzoek was en dat de geselecteerde functies niet geschikt voor hem waren. Het UWV stelde dat appellant geen procesbelang meer had omdat hij met de gewijzigde beslissing al bereikt had wat hij kon verkrijgen.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is dat het nastreven van het resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en feitelijke betekenis heeft. Nu het UWV de uitkering tot het einde van de wachttijd heeft voortgezet, had appellant geen belang meer bij inhoudelijke beoordeling van het eerdere besluit. Ook een toekomstig belang werd uitgesloten omdat een toekomstige WIA-beoordeling op nieuw onderzoek moet worden gebaseerd.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.