ECLI:NL:CRVB:2011:BP3990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag zorg AWBZ wegens ontbreken rechtmatig verblijf en onvoldoende feiten voor schending EVRM artikel 8
Appellante, met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om zorg op grond van de AWBZ voor de periode van 26 februari 2008 tot en met 25 februari 2009. Agis Zorgverzekeringen wees de aanvraag af omdat appellante niet tot de kring van verzekerden behoorde, mede vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en verwierp ook haar beroep op internationale verdragsbepalingen en artikel 8 EVRM Pro. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat de weigering van zorg haar privéleven ernstig belemmerde en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro gerechtvaardigd was.
De Raad overwoog dat appellante onvoldoende feitelijke gegevens had aangedragen waaruit bleek dat de weigering van zorg de normale ontwikkeling van haar privéleven onmogelijk maakte. Tevens speelde mee dat appellante geen rechtmatig verblijf had en dat terugkeer naar het land van herkomst niet onmogelijk was. De Raad concludeerde dat er een redelijke balans was tussen publieke en particuliere belangen en verwierp het beroep op artikel 8 EVRM Pro.
Het hoger beroep werd ontvankelijk verklaard, ondanks dat de periode waarvoor zorg was aangevraagd was verstreken, omdat een inhoudelijk oordeel relevant kan zijn voor toekomstige aanvragen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag zorg AWBZ wordt bevestigd.