ECLI:NL:CRVB:2025:1415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na whiplash
Appellante, die als cliëntbegeleider werkte, meldde zich ziek na een auto-ongeluk in februari 2020 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 10 mei 2023.
Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, omdat het telefonisch was en onvoldoende rekening hield met haar lichamelijke en psychische klachten, waaronder whiplashklachten en stressgerelateerde beperkingen. De Raad oordeelde echter dat het telefonisch spreekuur voldoende was gemotiveerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld.
De arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies voor appellante op basis van de FML, en de Raad vond geen aanleiding om dit oordeel te betwijfelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de beëindiging van de WIA-uitkering in stand blijft. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.