ECLI:NL:CRVB:2025:1431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel en bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid op 36,66% door UWV
In deze zaak staat de vraag centraal of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 1 juli 2022 terecht heeft vastgesteld op 36,66%. Appellante betwistte dat zij slechts deze mate van beperkingen heeft en stelt dat zij niet in staat is de geselecteerde functies te vervullen.
De Raad heeft in een tussenuitspraak geoordeeld dat het oorspronkelijke bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name ten aanzien van de beperkingen in een sterk hiërarchische werkomgeving. Het UWV is daarop opgedragen dit gebrek te herstellen. Ter uitvoering hiervan bracht het UWV nieuwe rapporten in, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 16 april 2025, waarin aanvullende beperkingen zijn opgenomen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben toegelicht dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld en dat de geselecteerde functies niet plaatsvinden in een sterk hiërarchische werkomgeving. Appellante voerde aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar behoefte aan eigen regie en controle, maar de Raad volgt dit niet.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt het bestreden besluit en verklaart het beroep gegrond, met in stand blijvende rechtsgevolgen.