ECLI:NL:CRVB:2025:1432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij weigering WIA-uitkering
Appellant, die zich in 2018 ziekmeldde en een WIA-uitkering aanvroeg, kreeg deze geweigerd door het UWV vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank Oost-Brabant werd het besluit gehandhaafd. Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onvoldoende waren erkend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen procesbelang had bij het hoger beroep, omdat hij geen financieel nadeel had geleden; hij ontving immers een WW-uitkering, later een ZW-uitkering en uiteindelijk een loongerelateerde WGA-uitkering. Het formele belang van appellant om zijn rechtspositie juist in kaart te laten brengen werd niet als voldoende procesbelang erkend.
De Raad wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat dit op zichzelf onvoldoende is voor het aannemen van procesbelang. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen inhoudelijke beoordeling gegeven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.