ECLI:NL:CRVB:2025:1443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) telkens de aanvraag afwees omdat appellant op zijn achttiende meer dan 75% van het maatmaninkomen kon verdienen en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven om het eerdere besluit te herzien.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen de afwijzing ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de diagnose autisme spectrum stoornis en ADHD geen nieuwe feiten zijn, omdat deze beperkingen reeds bij de eerdere beoordeling bekend waren. Ook de door appellant aangevoerde medische rapporten en klachten werden niet als nieuwe feiten aangemerkt.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad overwoog dat het Uwv terecht het verzoek om terug te komen op het besluit van 2011 heeft afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagde niet, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.