Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 5 april 2022 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van het plaatsen van een implantaat, maar het college wees dit af omdat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt en er geen zeer dringende redenen waren. Daarnaast stelt het beleid dat alleen de meest goedkope en adequate voorziening bijzondere bijstand krijgt, en een implantaat wordt volgens dat beleid niet als zodanig beschouwd.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college en kende betrokkene bijzondere bijstand toe, omdat het college onvoldoende had gemotiveerd dat het implantaat niet de goedkoopste en adequate voorziening was. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beleid tegenwettelijk begunstigend is en daarom niet op rechtmatigheid wordt getoetst, maar dat het college het beleid consistent heeft toegepast. Het betoog van betrokkene dat een implantaat in zijn geval de geschikte behandeling was, kon hem niet baten.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van het college ongegrond. Betrokkene krijgt geen bijzondere bijstand voor het implantaat. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het college hoefde geen griffierecht te betalen.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor bijzondere bijstand voor het implantaat wordt afgewezen.