ECLI:NL:CRVB:2025:1455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na een auto-ongeluk en ziekteperiode, maar het UWV weigerde deze toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank het UWV in het ongelijk vanwege onvoldoende motivatie van de verzekeringsarts, waarna een nieuw onderzoek plaatsvond met een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De nieuwe medische beoordeling concludeerde dat appellante beperkingen heeft, maar deze leiden niet tot een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer. De arbeidsdeskundige vond de geselecteerde functies passend bij de FML van juni 2023. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende en inzichtelijk had gemotiveerd waarom de functies passend zijn en dat er geen sprake was van wapenongelijkheid.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de combinatie van haar aandoeningen meer beperkingen zou moeten opleveren en dat zij niet voldoet aan opleidingseisen voor bepaalde functies. De Raad verwierp deze argumenten, oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en gemotiveerd zijn en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand.