ECLI:NL:CRVB:2025:1468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling medische en arbeidskundige beperkingen
Appellant werkte als verkeersregelaar en meldde zich ziek na een steekincident. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe en beëindigde deze na een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling, omdat hij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn loon kon verdienen in passende functies.
Appellant betwistte dit en voerde aan dat hij meer beperkingen heeft dan vastgesteld, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen. Zowel de verzekeringsarts bezwaar en beroep als de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bevestigden het oorspronkelijke oordeel, waarbij zij ook de medische informatie van appellant meenamen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het besluit tot beëindiging van de uitkering. Appellant ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de nadere medische stukken geen nieuwe informatie bevatten die aanleiding gaf tot een ander oordeel. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt bevonden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, waardoor de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen.