Uitspraak
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV in een WIA-procedure. Tijdens het proces werd het hoger beroep ingetrokken nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren van appellante.
De Raad heeft vervolgens de proceskosten beoordeeld die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep, inclusief reiskosten en kosten van ingeschakelde deskundigen. Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van deze kosten, die in totaal € 7.769,92 bedragen, alsmede tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Daarnaast is de Staat veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure, die ruim vijf maanden te lang duurde. Ook is de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 453,50 in verband met dit verzoek.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 1 oktober 2025 en betreft een bestuursrechtelijke procedure met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en de Staat tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.