ECLI:NL:CRVB:2025:1474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en toekenning WGA-loonaanvullingsuitkering na arbeidsongeschiktheidsherbeoordeling
Appellante ontving een WGA-vervolguitkering op grond van de Wet WIA, maar deze werd ingetrokken per 27 april 2021 vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na toegenomen klachten per 9 december 2021 en een operatie aan haar schouder per 9 februari 2023, stelde het UWV na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek de arbeidsongeschiktheid vast op 31,84% respectievelijk 80-100%, waarna een WIA-uitkering werd geweigerd en een WGA-loonaanvullingsuitkering werd toegekend.
Appellante voerde bezwaar en beroep aan tegen deze besluiten, stellende dat zij volledig arbeidsongeschikt was en dat de besluiten onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd waren. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en onderschrijft dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid per 9 december 2021 terecht heeft vastgesteld op minder dan 35%, en dat er geen reden is om de toekenning van een WGA-loonaanvullingsuitkering per 9 februari 2023 te wijzigen in een IVA-uitkering. Appellante bracht geen nieuwe, onderbouwde gronden aan in hoger beroep. De Raad wijst het hoger beroep af en laat het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering per 9 december 2021 en handhaaft de toekenning van de WGA-loonaanvullingsuitkering per 9 februari 2023.