ECLI:NL:CRVB:2025:1502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van de ZW-uitkering van appellante door het Uwv
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 8 oktober 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel. Appellante, die voorheen als productiemedewerker werkte, had zich op 25 juli 2022 ziekgemeld en ontving een Ziektewet (ZW) uitkering. Het Uwv beëindigde haar uitkering per 8 september 2023, omdat zij in staat werd geacht meer dan 65% van haar laatst verdiende loon te kunnen verdienen. Appellante was het niet eens met deze beslissing en stelde dat haar beperkingen niet goed waren ingeschat. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, wat leidde tot het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het Uwv de ZW-uitkering terecht had beëindigd, omdat er voldoende medische en arbeidskundige grondslagen waren voor deze beslissing. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellante geen recht had op vergoeding van proceskosten of griffierecht, aangezien het hoger beroep niet slaagde.