Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg op 30 juli 2021 bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college kende haar bijstand toe per 8 augustus 2021, waarbij expliciet werd vermeld dat vanwege haar vermogen in de eigen woning de bijstand als lening werd verstrekt. Op 11 juli 2022 trok het college de leenbijstand in omdat appellante een baan vond met inkomen boven de bijstandsnorm.
Appellante maakte op 8 augustus 2022 bezwaar tegen het toekenningsbesluit, stellende dat zij niet begreep dat het om leenbijstand ging. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellante dat zij het toekenningsbesluit pas eind 2021 of begin 2022 ontving en daarom te laat bezwaar maakte. De Raad concludeerde dat ook dan het bezwaar te laat was en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het toekenningsbesluit vermeldde immers duidelijk dat de bijstand een lening betrof, zodat appellante redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat zij bezwaar had moeten maken.
De Raad bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring en wees de proceskostenvergoeding af. Hiermee blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar blijft in stand.