ECLI:NL:CRVB:2025:153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eiwitverrijkt dieet wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant vroeg bijzondere bijstand voor de kosten van een eiwitverrijkt dieet vanwege COPD. Eerder was tijdelijke bijstand toegekend, maar na onderzoek door een arts voor Maatschappij en Gezondheid en een verzekeringsarts concludeerden beide dat er geen medische noodzaak bestond voor het dieet. Het college wees de aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat hij wel degelijk op het dieet was aangewezen en dat het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd. Hij verwees naar een diëtiste die een verhoogde eiwitbehoefte bevestigde. De Raad oordeelde echter dat de verzekeringsarts voldoende onderzoek had gedaan, inclusief navraag bij huisarts en diëtiste, en dat appellant met gezonde voeding in zijn eiwitbehoefte kan voorzien.
De Raad bevestigde dat op grond van de Participatiewet en vaste rechtspraak bijzondere bijstand alleen wordt toegekend als er een medische noodzaak is en als de kosten niet door een voorliggende voorziening worden gedekt. Omdat de Zorgverzekeringswet geen vergoeding biedt voor dit dieet en appellant geen medische noodzaak aannemelijk heeft gemaakt, blijft de afwijzing in stand.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de dieetkosten wegens het ontbreken van een medische noodzaak wordt bevestigd.