ECLI:NL:CRVB:2011:BU8263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor huidtherapie en huidproducten
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor kosten van huidtherapie, huidproducten, Parfenac crème en vitaminepreparaten. Het College van B&W van Zwolle verleende slechts gedeeltelijke vergoeding tot 24 juli 2008 en weigerde daarna bijzondere bijstand, omdat deze kosten niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en er sprake is van een voorliggende voorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de WWB geen functie heeft indien binnen de voorliggende voorziening een bewuste keuze is gemaakt over de noodzaak van de kosten. De medische noodzaak voor de producten en therapie werd niet erkend binnen de ziektekostenverzekering.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Zorgverzekeringswet als toereikende en passende voorliggende voorzieningen gelden. Het advies van de huidarts om de therapie te hervatten leidt niet tot recht op bijzondere bijstand. De omstandigheden van appellante, waaronder gebrek aan financiële middelen en het proberen van goedkopere alternatieven, vormen geen zeer dringende redenen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor huidtherapie en huidproducten wegens aanwezigheid van voorliggende voorzieningen en het ontbreken van zeer dringende redenen.