ECLI:NL:CRVB:2025:1545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en weigering van Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling
Appellante was werkzaam als verkoopmedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 8 augustus 2022 na een eerstejaarsbeoordeling omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen in passende functies. Appellante maakte bezwaar en beroep tegen de beëindiging en de daaropvolgende weigeringen van ZW-uitkeringen per 22 augustus 2022 en 22 mei 2023.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV stelden vast dat appellante belastbaar was binnen beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de geselecteerde functies passend waren. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de standpunten van appellante onvoldoende aanleiding gaven tot twijfel aan het oordeel van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt. De medische informatie overgelegd door appellante betrof niet de relevante data en de klachten waren reeds bekend en meegenomen in de beoordeling. De beëindiging en weigering van de ZW-uitkering blijven daarmee in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd en geweigerd.