Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 28 december 2023 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand sinds oktober 2020 en werd onderzocht na een melding van politie over aangetroffen vuurwerk en drugs in zijn woning. Tijdens een gesprek in februari 2022 verklaarde appellant ongeveer een jaar softdrugs te hebben verkocht. Het dagelijks bestuur trok daarop de bijstand in en vorderde het bedrag terug over de periode van januari tot november 2021.
De rechtbank vernietigde de intrekking voor de periode tot 1 februari 2021, omdat appellant toen nog niet handelde in softdrugs. Het dagelijks bestuur nam een nader besluit voor de periode van 2 februari tot 31 oktober 2021. Appellant voerde aan dat hij niet gehouden kon worden aan zijn verklaring en dat hij slechts een korte periode handelde zonder verdiensten, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Raad oordeelde dat de verklaring betrouwbaar is, dat de inlichtingenplicht is geschonden en dat het recht op bijstand niet schattenderwijs kan worden vastgesteld vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie. Het hoger beroep en het beroep tegen het nader besluit worden ongegrond verklaard, waardoor de intrekking en terugvordering in stand blijven.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens handel in softdrugs en schending van de inlichtingenplicht worden bevestigd.