Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Het oordeel van de Raad
. [2]
. [5]
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst de verzoeken om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor reiskosten in verband met tandheelkundige behandelingen in Groningen. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de tandheelkundige zorg niet in of nabij Heerenveen kon worden verkregen. Ook het verzoek om terug te komen op dit besluit werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde het oordeel dat de reiskosten geen noodzakelijke kosten zijn in de zin van artikel 35 van Pro de Participatiewet, mede omdat de overgelegde stukken onvoldoende steun boden voor het standpunt van appellant.
Verzoeken om schadevergoeding wegens immateriële schade werden afgewezen vanwege het ontbreken van onderbouwing. Voor het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn hanteerde de Raad de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarbij bij een financieel belang onder € 1.000,- en een overschrijding van meer dan twaalf maanden een belangenafweging plaatsvindt. Gezien het zeer geringe financiële belang en de aard van de procedures werd volstaan met de constatering van de termijnoverschrijding.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees de verzoeken om schadevergoeding af. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand en schadevergoedingsverzoeken.