Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
. [2]
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- wijst het verzoek om herziening af;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot herziening van drie uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, stellende dat het dagelijks bestuur hem onjuiste informatie heeft verstrekt en stukken heeft achtergehouden, waardoor de Raad ten onrechte oordeelde dat er een bestendige e-mailpraktijk bestond. De Raad beoordeelde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet voldeden aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, Awb, omdat verzoeker deze feiten voorafgaand aan de oorspronkelijke uitspraken had kunnen kennen.
Daarnaast heeft verzoeker een schadevergoeding geëist wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure, gebaseerd op artikel 6 EVRM Pro. De Raad constateerde dat de procedure meer dan twee jaar heeft geduurd, waardoor de redelijke termijn is overschreden. Echter, omdat verzoeker geen financieel belang had bij de procedure, werd aangenomen dat er geen sprake was van immateriële schade die vergoeding rechtvaardigt.
De Raad concludeert dat het verzoek om herziening ontvankelijk maar ongegrond is en wijst het af. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De eerdere uitspraken blijven daarmee ongewijzigd en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om herziening en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn worden afgewezen.