ECLI:NL:CRVB:2025:1670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar het beroepschrift werd bijna een jaar na het verstrijken van de beroepstermijn ontvangen. Volgens de Algemene wet bestuursrecht bedraagt deze termijn zes weken en begint te lopen de dag na bekendmaking van de uitspraak.
De Raad heeft appellant gevraagd naar de reden van de overschrijding, waarop appellant aangaf tijd nodig te hebben gehad om de uitspraak te begrijpen en antwoorden te zoeken. Dit werd niet als een bijzondere omstandigheid beschouwd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakt. Uit jurisprudentie volgt dat alleen bijzondere persoonlijke omstandigheden zoals ernstige ziekte of psychisch onvermogen tot verschoonbaarheid kunnen leiden.
Omdat appellant het beroepschrift niet zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de termijn heeft ingediend, oordeelt de Raad dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.