ECLI:NL:CRVB:2025:1681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluiten UWV wegens zorgvuldigheidsgebrek bij bezwaarprocedures
Appellante heeft meerdere bezwaarschriften ingediend tegen besluiten van het UWV over haar Ziektewet- en WAO-uitkeringen. Het UWV verklaarde deze bezwaren grotendeels niet-ontvankelijk, onder meer omdat zij te laat waren ingediend of omdat er reeds een eerdere beslissing op bezwaar was genomen. De voorzieningenrechter bevestigde deze beslissingen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV bij sommige besluiten het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door niet na te vragen wat appellante met haar bezwaarschriften beoogde, terwijl de inhoud onduidelijk was en appellante mogelijk verzoeken om herziening wilde indienen. Hierdoor zijn besluiten vernietigd en moet het UWV nieuwe beslissingen nemen.
Voor één bezwaar tegen een besluit van 13 mei 2020 wordt het oordeel van de voorzieningenrechter bevestigd. Voor de andere bezwaren vernietigt de Raad de besluiten en draagt het UWV op om alsnog inhoudelijk op de verzoeken te beslissen. Appellante krijgt vergoeding van griffierechten voor de geslaagde beroepen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt vier van de vijf bestreden besluiten wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en draagt het UWV op nieuwe beslissingen te nemen.