ECLI:NL:CRVB:2009:BH3198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid tweede bezwaarschrift tegen AOW-besluit
Appellant had in oktober 2004 een AOW-pensioen aangevraagd. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende dit toe met een korting wegens niet-verzekerde jaren. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 1 mei 2006 ongegrond werd verklaard. Vervolgens diende zijn zoon namens hem een tweede bezwaarschrift in tegen hetzelfde besluit. De Svb verklaarde dit tweede bezwaar niet-ontvankelijk omdat tweemaal inhoudelijk beslissen op hetzelfde primaire besluit niet is toegestaan volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid ongegrond. In hoger beroep voerde de zoon aan dat hij pas in oktober 2006 op de hoogte was van het oorspronkelijke besluit en het eerdere bezwaar, maar de Raad overwoog dat dit geen grond is om af te wijken van het bestuursrechtelijke systeem.
De Raad concludeerde dat het verzoek om het tweede bezwaarschrift inhoudelijk te behandelen niet kan worden ingewilligd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 januari 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het tweede bezwaarschrift tegen hetzelfde AOW-besluit.