ECLI:NL:CRVB:2025:1692
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling geschiktheid medewerker tuinbouw
Appellante werkte tot januari 2020 als schoonmaakster en ontving daarna een Ziektewetuitkering vanwege psychische en fysieke klachten. Het UWV beëindigde haar uitkering per januari 2022, omdat zij meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kon verdienen in passende functies. Dit besluit werd ondersteund door medische en arbeidskundige rapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende medische onderbouwing leverde voor haar beperkingen en de arbeidsdeskundige de geschiktheid van de geselecteerde functies bevestigde. Appellante stelde in hoger beroep dat de beperkingen ten onrechte waren aangepast en dat de functies, met name medewerker tuinbouw (SBC-code 111010), te belastend waren.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De arbeidsdeskundige motiveerde dat met een opstapje het boven schouderhoogte reiken binnen de belastbaarheid van appellante blijft. Appellante onderbouwde haar bezwaren onvoldoende met medische stukken. De Raad achtte het gebrek aan motivering in het bestreden besluit niet benadelend en bevestigde het besluit tot beëindiging van de uitkering.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek op 19 november 2025.
Uitkomst: Beëindiging Ziektewetuitkering wordt bevestigd; UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.