ECLI:NL:CRVB:2025:1709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar maatwerkvoorziening Wmo 2015 wegens ontbreken procesbelang
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 3 februari 2023 waarin het college een maatwerkvoorziening individuele begeleiding in natura verstrekte voor een periode die inmiddels was verstreken. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar betrekking had op een afgesloten periode en het met terugwerkende kracht toekennen van begeleiding niet mogelijk is. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat appellant geen procesbelang meer had omdat de woning per 1 oktober 2023 met een reguliere huurovereenkomst ter beschikking was gesteld, waardoor de begeleidingsdoelen niet meer aan de orde waren.
Appellant voerde aan dat hij wel procesbelang had vanwege de vaststelling van onrechtmatigheid en een verzoek om schadevergoeding, maar de Raad oordeelde dat het verzoek om vergoeding van immateriële schade onvoldoende concreet was onderbouwd en dat de rechtbank het verzoek terecht had afgewezen. De Raad stelde vast dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en dat het hoger beroep niet slaagt.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waardoor appellant geen vergoeding voor proceskosten ontvangt.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot maatwerkvoorziening is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het hoger beroep wordt afgewezen.