Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was administratief medewerker en meldde zich op 25 februari 2021 ziek. Het UWV kende haar ziekengeld toe, maar verklaarde haar per 12 november 2021 geschikt voor haar laatste werk en stopte het ziekengeld. Hiertegen maakte appellante geen bezwaar. Later meldde zij zich ziek per 1 december 2021 en kreeg een voorschot op ziekengeld. Na een verzekeringsartsbezoek weigerde het UWV ziekengeld toe te kennen vanaf die datum. Appellante maakte bezwaar, maar te laat.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de termijn van twee weken, zoals vermeld in het besluit. Appellante stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege verwarring door een tweede besluit en dat artikel 6:11 Awb Pro ruimte biedt voor belangenafweging.
De Centrale Raad oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De brief van 4 april 2022 veroorzaakte geen verwarring over het bezwaar tegen het besluit van 18 maart 2022. De termijn was duidelijk, en appellante had rechtshulp. De bevoegdheid tot niet-ontvankelijkverklaring is gebonden, waardoor belangenafweging niet mogelijk is.
Het hoger beroep werd verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bleef in stand. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 januari 2025.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.