ECLI:NL:CRVB:2025:1713
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van een eerdere uitspraak inzake nabestaandenuitkering
In deze uitspraak wijst de Centrale Raad van Beroep een door verzoekster ingediend herzieningsverzoek af. Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 1 augustus 2024, waarin haar verzet tegen een eerdere uitspraak ongegrond werd verklaard. De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft een verweerschrift ingediend, maar partijen zijn niet verschenen tijdens de zitting op 2 oktober 2025.
De Raad heeft op 1 augustus 2024 uitspraak gedaan in een zaak van verzoekster, waarbij het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 oktober 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard, omdat verzoekster het griffierecht niet tijdig had betaald. In de rechtbankzaak ging het om de weigering van toekenning van een ANW-uitkering, omdat de echtgenoot van verzoekster op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was.
Verzoekster heeft in haar verzoek aangegeven dat zij weduwe is en in een slechte financiële situatie verkeert, en dat haar echtgenoot recht had op een AOW-pensioen. De Raad oordeelt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie, maar om een uitspraak te herstellen die berust op een onjuist feitelijk uitgangspunt. De Raad concludeert dat verzoekster geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die voldoen aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen en krijgt verzoekster het betaalde griffierecht niet terug.