ECLI:NL:CRVB:2025:1713

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
25/32 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van een eerdere uitspraak inzake nabestaandenuitkering

In deze uitspraak wijst de Centrale Raad van Beroep een door verzoekster ingediend herzieningsverzoek af. Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 1 augustus 2024, waarin haar verzet tegen een eerdere uitspraak ongegrond werd verklaard. De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft een verweerschrift ingediend, maar partijen zijn niet verschenen tijdens de zitting op 2 oktober 2025.

De Raad heeft op 1 augustus 2024 uitspraak gedaan in een zaak van verzoekster, waarbij het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 oktober 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard, omdat verzoekster het griffierecht niet tijdig had betaald. In de rechtbankzaak ging het om de weigering van toekenning van een ANW-uitkering, omdat de echtgenoot van verzoekster op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was.

Verzoekster heeft in haar verzoek aangegeven dat zij weduwe is en in een slechte financiële situatie verkeert, en dat haar echtgenoot recht had op een AOW-pensioen. De Raad oordeelt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie, maar om een uitspraak te herstellen die berust op een onjuist feitelijk uitgangspunt. De Raad concludeert dat verzoekster geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die voldoen aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen en krijgt verzoekster het betaalde griffierecht niet terug.

Uitspraak

25/32 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 1 augustus 2024, 22/3767 ANW-V
Partijen:
[verzoeksters] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 13 november 2025
SAMENVATTING
In deze uitspraak wijst de Raad een door verzoekster ingediend herzieningsverzoek af.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 1 augustus 2024. [1]
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. De Raad heeft op 1 augustus 2024 uitspraak gedaan in een zaak van verzoekster. In die uitspraak is het verzet tegen een eerdere uitspraak van de Raad van 16 februari 2024 [2] ongegrond verklaard. In de laatstgenoemde uitspraak is het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 oktober 2022, 21/5700, niet-ontvankelijk verklaard, omdat verzoekster het griffierecht niet (tijdig) betaald heeft. Inhoudelijk ging de zaak bij de rechtbank over de weigering van toekenning van een ANW [3] -uitkering omdat de echtgenoot van verzoekster op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was.
2. Verzoekster heeft de Raad in haar verzoek erop gewezen dat zij weduwe is en in een slechte financiële situatie verkeert. Verder heeft zij erop gewezen dat haar echtgenoot recht had op een AOW [4] -pensioen. Verzoekster vindt dat zij om deze redenen in aanmerking komt voor een nabestaandenuitkering.

Het oordeel van de Raad

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
3.1.
Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om een hernieuwde discussie over de desbetreffende uitspraak te voeren of te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen.
3.2.
Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte, cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. [5] Herziening van een uitspraak op grond van dat artikel is alleen mogelijk op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en;
c. tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden als zij bij de bestuursrechter eerder bekend waren geweest.
3.3.
Wat verzoekster heeft aangevoerd zijn geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

Conclusie en gevolgen

3.4.
Hieruit volgt dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
3.5.
Omdat het verzoek om herziening niet slaagt, krijgt verzoekster het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2025.
(getekend) L.M. Tobé
(getekend) L.C. van Bentum

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par L.M. Tobé comme membre, en présence de L.C. van Bentum en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 13 Novembre 2025.
(signé) L.M. Tobé
(signé) L.C. van Bentum

Voetnoten

3.Algemene nabestaandenwet.
4.Algemene Ouderdomswet.
5.Algemene wet bestuursrecht.