Uitspraak
A. Schalkwijk.
Centrale Raad van Beroep
De appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het UWV met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 september 2023 volledig aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen. Het hoger beroep was ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 juni 2022.
Tijdens de procedure heeft de Centrale Raad van Beroep het onderzoek heropend en aanvullende vragen gesteld aan het UWV, waarna dit een gewijzigde beslissing nam. Appellant heeft vervolgens het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding. Het UWV stemde hiermee in.
De Raad heeft vervolgens op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep, inclusief reiskosten en kosten voor een deskundigenrapport. Daarnaast is het griffierecht vergoed. De totale proceskostenvergoeding bedraagt €6.386,25 en het griffierecht €185,-.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 januari 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant na intrekking van het hoger beroep.