ECLI:NL:CRVB:2025:1725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Maandelijkse verrekening IKB-budget met APPA-uitkering niet in strijd met vertrouwensbeginsel
Appellante, voormalig ambtenaar bij de gemeente Hoorn, ontving een ontslaguitkering op grond van de APPA. Na haar vertrek hervatte zij werkzaamheden bij de Belastingdienst, waarbij haar inkomsten op de APPA-uitkering in mindering werden gebracht. PROambt, belast met de administratie, verstrekte een uitkeringsspecificatie waarin werd aangegeven dat verrekeningen ambtshalve konden plaatsvinden en niet per se maandelijks gecontroleerd hoefden te worden.
Appellante maakte bezwaar tegen de wijze van verrekening, stellende dat haar was toegezegd dat het IKB-budget jaarlijks, bij uitbetaling in december, zou worden verrekend. De Raad stelde vast dat deze toezegging door PROambt was gedaan en aanvankelijk werd nageleefd, maar later zonder kennisgeving werd gewijzigd naar maandelijkse verrekening met terugwerkende kracht.
Hoewel er sprake was van een gerechtvaardigde verwachting, oordeelde de Raad dat het college niet gebonden was aan deze toezegging vanwege het zwaarder wegende algemeen belang bij correcte toepassing van dwingendrechtelijke bepalingen. Tevens werd geoordeeld dat het college voldoende inzichtelijk had gemaakt hoe de verrekening van neveninkomsten tot stand kwam. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.