ECLI:NL:CRVB:2025:1753
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in Ziektewetprocedure
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV omtrent een uitkering op grond van de Ziektewet. Na benoeming van een onafhankelijke deskundige en het uitbrengen van een rapport, nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij appellant met ingang van 12 februari 2019 in aanmerking werd gebracht voor een Ziektewetuitkering. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat het UWV aan appellant tegemoet was gekomen door de gewijzigde beslissing en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten, bestaande uit kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep, alsmede de reiskosten en het betaalde griffierecht. Daarnaast werd het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering toegewezen.
De Raad beoordeelde de redelijke termijn voor de gehele procedure en concludeerde dat deze met vier maanden was overschreden, voornamelijk in de rechterlijke fase. Daarom werd de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €500,- wegens deze overschrijding en tot vergoeding van proceskosten in verband met dit verzoek.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 20 november 2025, waarbij de griffier verhinderd was te ondertekenen.
Uitkomst: Het UWV en de Staat worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, wettelijke rente en een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.