ECLI:NL:CRVB:2025:1796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of toegenomen beperkingen
Appellant vroeg om een Wajong-uitkering, welke in 2018 werd afgewezen omdat hij op zijn achttiende verjaardag en daarna over arbeidsvermogen beschikte. In 2022 diende appellant een herhaalde aanvraag in met nieuwe medische informatie, waaronder diagnoses van PTSS, ASS en ADHD, en rapporten van diverse zorgverleners. Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht bij zijn standpunt bleef. De rechtbank stelde dat de bewijslast bij appellant ligt en dat de medische informatie over de periode rond zijn achttiende verjaardag ontbrak. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onterecht meer bewijs van hem verlangde en dat er sprake was van bewijsnood buiten zijn schuld.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat de nieuwe medische stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten die het eerdere besluit onjuist maken. Ook was er geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige. Het hoger beroep werd afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of toegenomen beperkingen.