ECLI:NL:CRVB:2025:1867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor alternatieve functies
Appellante was werkzaam als productiemedewerker/heftruckchauffeur en ontving een Ziektewetuitkering die uiteindelijk werd beëindigd omdat zij geschikt werd geacht voor andere functies. Na diverse medische en arbeidskundige onderzoeken oordeelde het UWV dat appellante per 20 augustus 2022 geschikt was voor functies als telefonist en administratief medewerker. Appellante betwistte dit en stelde dat haar beperkingen waren toegenomen, onderbouwd met medische rapporten van een orthopeed en reumatoloog.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat de medische beperkingen niet zodanig waren toegenomen dat zij ongeschikt werd voor de eerder geselecteerde functies. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat de medische rapporten geen aanleiding geven om het standpunt van het UWV te wijzigen en dat de functies passend blijven ondanks de klachten van appellante.
De Raad benadrukt dat op grond van artikel 19 ZW Pro een ZW-uitkering alleen toekomt indien iemand ongeschikt is voor zijn arbeid, waarbij het toetsingskader bij herhaalde ziekmelding inhoudt dat de betrokkene geschikt moet zijn voor ten minste drie functies met voldoende arbeidsplaatsen. Appellante voldoet hier niet aan. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de ZW-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ZW-uitkering omdat appellante geschikt is voor alternatieve functies.