ECLI:NL:CRVB:2025:1875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem per 5 november 2021 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Hij stelt dat hij meer beperkingen heeft dan door het UWV is vastgesteld en dat de geselecteerde functies te zwaar voor hem zijn.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. De medische beoordeling, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 12 september 2024, houdt rekening met de fysieke en psychische klachten van appellant, medicijngebruik en beperkingen bij het uitvoeren van arbeid. De rechtbank vond de medische rapporten zorgvuldig en goed gemotiveerd.
Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens aangeleverd die het oordeel van de rechtbank ondermijnen. Ook het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige wordt afgewezen wegens gebrek aan twijfel over de medische beoordeling.
De arbeidskundige beoordeling bevestigt dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant. De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de WIA-uitkering in stand blijft.
Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.