ECLI:NL:CRVB:2025:1882
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant werkte als zonweringsmonteur en ontving vanaf 2011 diverse WIA- en WGA-uitkeringen. Na meerdere besluiten en bezwaarprocedures beëindigde het Uwv de WIA-uitkering per 21 april 2022 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Appellant stelde dat zijn klachten waren toegenomen en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen en dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het Uwv voldoende was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten waren verergerd en dat deze onvoldoende waren meegewogen, maar bracht geen nieuwe medische gegevens aan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevat die het eerdere oordeel kunnen wijzigen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding. De beëindiging van de WIA-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering per 21 april 2022 wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.