ECLI:NL:CRVB:2025:1892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens voorzienbaarheid en ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, een bijstandsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en inrichtingskosten na een verhuizing die voortvloeide uit conflicten met buren. Het college wees de aanvraag af omdat de verhuizing voorzienbaar was en appellant had kunnen reserveren voor de kosten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van bijzondere omstandigheden zoals vereist in artikel 35 van Pro de Participatiewet. De verhuizing was niet onvoorzien, aangezien appellant zich al in 2018 had ingeschreven bij WoningNet. Ook had appellant een betalingsregeling getroffen voor huurachterstand en kon hij niet worden gelijkgesteld aan doelgroepen die recht hebben op bijzondere bijstand voor woninginrichting volgens de Richtlijnen bijzondere bijstand Utrecht.
Appellant voerde aan dat het besluit onevenredige gevolgen had en dat hij financieel in de problemen kwam, maar de Raad stelde dat het evenredigheidsbeginsel niet leidde tot het buiten toepassing laten van de dwingendrechtelijke bepalingen van de Participatiewet. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak, waarbij appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wordt bevestigd wegens voorzienbaarheid en ontbreken van bijzondere omstandigheden.