ECLI:NL:CRVB:2019:3157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, geboren in 1976 en sinds 2010 Wajong-uitkeringsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en inrichtingskosten na het verlaten van een vrouwenopvang en het betrekken van een eigen woning. Het college wees de aanvraag af omdat verhuis- en inrichtingskosten als incidentele algemene kosten worden beschouwd die uit het inkomen moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat appellante niet voldeed aan de voorwaarde van bijzondere omstandigheden, mede omdat zij de kosten had kunnen reserveren of via gespreide betaling kon voldoen. Tevens behoorde zij niet tot de speciale doelgroep voor bijzondere bijstand, omdat zij niet direct vanuit de vrouwenopvang in haar eigen woning trok.
De Raad oordeelde dat het college het buitenwettelijke beleid consistent heeft toegepast en dat de beleidsregel over de doelgroep terughoudend wordt getoetst. De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand blijft daarom in stand en de proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het niet behoren tot de doelgroep.