Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- wijst het verzoek om herziening af;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 februari 2024, waarin werd geoordeeld dat de herleving van zijn Wajong-uitkering terecht per 27 maart 2019 plaatsvond en niet eerder. Tevens vroeg verzoeker om een voorlopige voorziening.
De Raad heeft overwogen dat herziening alleen mogelijk is op grond van nieuwe feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aan deze criteria voldoen. Zijn verzoek beoogt feitelijk een hernieuwde discussie over de eerdere uitspraak, hetgeen niet is toegestaan.
Daarom is het verzoek om herziening kennelijk ongegrond en wordt het verzoek om voorlopige voorziening eveneens afgewezen. Verzoeker krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers en uitgesproken op 5 februari 2025.
Uitkomst: Het verzoek om herziening en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.