ECLI:NL:CRVB:2025:203

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 februari 2025
Publicatiedatum
6 februari 2025
Zaaknummer
24/136 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 2 oktober 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant op 11 oktober 2024 het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de bezwaren worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

De Raad begrootte de proceskosten op in totaal € 2.721,- voor beroep en hoger beroep, plus € 10,60 aan reiskosten en € 188,- aan griffierecht. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van deze kosten aan appellant. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J.J.M. Weyers op 6 februari 2025.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 februari 2025
24/136 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 december 2023, 22/182 WIA (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.L. Ross, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 2 oktober 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 11 oktober 2024 heeft mr. Ross namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 2 oktober 2024 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.814,- in beroep (1 punt voor het indienen van (aanvullend) beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 907,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het (aanvullen) hogerberoepschrift). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding dus € 2.721,-.
De reiskosten die appellant heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank, komen tot een bedrag van € 10,60 voor vergoeding in aanmerking.
Ook zal de Raad bepalen dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 188,- aan appellant vergoedt.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.731,60.
- bepaalt dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 188,-
aan appellant vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2025.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
(getekend) H. Alajai