ECLI:NL:CRVB:2025:22
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid op 45,60% door UWV
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheidspercentage door het UWV, stellende dat zij meer beperkingen heeft dan aangenomen en de geselecteerde functies niet kan vervullen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vaststelling van 45,60% arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank gevolgd. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek, dat is gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, inclusief een Functionele Mogelijkhedenlijst van 11 juni 2020. De Raad concludeert dat de beperkingen juist zijn vastgesteld en de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad benadrukt dat subjectieve klachten niet doorslaggevend zijn zonder medische objectivering. Appellante heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep wordt afgewezen, en de toekenning van de WIA-uitkering met 45,60% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.
Uitkomst: De vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 45,60% door het UWV wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.