ECLI:NL:CRVB:2025:239
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake een besluit van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuw besluit genomen op 3 januari 2023, waarmee het volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overwogen dat bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad heeft het standpunt van het UWV verworpen dat een zeer lage wegingsfactor voor de kostenvergoeding zou gelden, omdat appellant wel degelijk een inhoudelijk hoger beroepschrift had ingediend.
De Raad heeft de zaak als gemiddeld van aard beoordeeld en de proceskosten vastgesteld op €2.721,- voor verleende rechtsbijstand, plus vergoeding van het betaalde griffierecht van €186,-. Het UWV is veroordeeld tot betaling van deze kosten aan appellant.
De uitspraak is gedaan door J.D. Streefkerk namens de Centrale Raad van Beroep op 12 februari 2025.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van €2.721,- aan proceskosten en €186,- aan griffierecht aan appellant.