ECLI:NL:CRVB:2025:251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en afgewezen betalingsonmacht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient bij het indienen van een beroepschrift griffierecht te worden betaald, wat ook geldt voor hoger beroep conform artikel 8:108 Awb Pro. Appellante werd bij brief van 2 augustus 2024 geïnformeerd over de verschuldigdheid van €559,- griffierecht, met een betalingstermijn van 28 dagen.
Op 9 augustus 2024 deed de gemachtigde van appellante een beroep op betalingsonmacht. De Raad wees bij brief van 12 augustus 2024 op de criteria voor betalingsonmacht en verzocht het bijgevoegde formulier binnen vier weken in te vullen en te retourneren, met de waarschuwing dat bij niet-tijdige of onvolledige aanlevering het beroep zou worden afgewezen zonder mogelijkheid tot aanvulling.
De gemachtigde reageerde niet binnen de gestelde termijn. Bij brief van 24 september 2024 wees de Raad erop dat het beroep op betalingsonmacht werd afgewezen wegens het ontbreken van bewijsstukken en herinnerde aan de betaling van het griffierecht. Bij aangetekende brief van 25 september 2024 werd nogmaals gewezen op de betalingstermijn en de consequenties van niet-betaling.
Het griffierecht werd niet betaald binnen de gestelde termijn. De Raad oordeelde dat appellante in verzuim was en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en afgewezen beroep op betalingsonmacht.