Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.In diezelfde brief heeft het CAK laten weten dat appellant daarom een verdragsbijdrage moet gaan betalen en dat deze bijdrage wordt ingehouden op zijn pensioen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant woont sinds 2017 in Ierland en ontvangt vanaf 8 januari 2020 een AOW-pensioen uit Nederland. Het CAK heeft appellant als verdragsgerechtigde aangemerkt, waardoor hij een verdragsbijdrage moet betalen. Appellant betwist dit en stelt dat zijn recht op zorg in Ierland voortvloeit uit zijn werkzaamheden als zelfstandige, waardoor hij geen verdragsgerechtigde zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en beoordeeld of appellant terecht als verdragsgerechtigde is aangemerkt. De Raad concludeert dat het recht op zorg in Ierland niet gekoppeld is aan de werkzaamheden van appellant. Het Ierse ingezetenenstelsel kent geen prevalerend recht op zorg op grond van werkzaamheden, zoals vereist in artikel 31 van Pro Vo 883/2004.
De Raad volgt de verklaring van het Ierse orgaan dat appellant geen prevalerend recht op zorg heeft in Ierland en dat de zorgkosten ten laste komen van Nederland. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Appellant blijft dus een verdragsbijdrage aan het CAK verschuldigd vanaf 8 januari 2020.
Uitkomst: Appellant is terecht als verdragsgerechtigde aangemerkt en blijft een verdragsbijdrage aan het CAK verschuldigd.