ECLI:NL:CRVB:2025:376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. Hoogendijk
- J.T.H. Zimmerman
- N. Jak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht en inkomensbegrip bij toekenning TONK-regeling
Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van de tegemoetkoming op grond van de TONK-regeling, omdat het college zijn inkomen onjuist zou hebben berekend door zakelijke kosten buiten beschouwing te laten. Het college stelde het inkomen gelijk aan de Tozo-uitkering zonder aftrek van negatieve ondernemingsresultaten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat artikel 32 van Pro de Participatiewet geen ruimte biedt om verwervingskosten of negatieve resultaten van een onderneming in mindering te brengen op het inkomen.
De Raad verwees naar vaste jurisprudentie en de wetsgeschiedenis waaruit blijkt dat het inkomensbegrip in de Participatiewet expliciet geen aftrek van kosten toestaat. De afwijkende regeling in de Tozo, waarin wel kosten worden verrekend, is gebaseerd op een andere wettelijke grondslag en is daarom niet relevant voor de TONK-regeling.
Het hoger beroep slaagde niet, waardoor de vastgestelde hoogte van de tegemoetkoming ongewijzigd bleef. Appellant kreeg geen vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vastgestelde tegemoetkoming op grond van de TONK-regeling blijft ongewijzigd.