ECLI:NL:CRVB:2024:1030
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking behandelend rechters in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland en vervolgens een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechters van de Centrale Raad van Beroep. Het wrakingsverzoek was gebaseerd op de stelling dat de rechters betrokken waren bij eerdere uitspraken waarin zij fundamentele fouten zouden hebben gemaakt, waardoor zij niet onpartijdig zouden kunnen zijn.
De Raad heeft het wrakingsverzoek behandeld volgens de regels van de Algemene wet bestuursrecht en de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechtelijke rechtscolleges 2022. Verzoeker werd tijdig geïnformeerd over de namen van de behandelend rechters en had daarmee de mogelijkheid om eerder kennis te nemen van de feiten die aanleiding zouden geven tot wraking.
Desondanks diende verzoeker het wrakingsverzoek pas ongeveer vier weken later in, kort voor de zitting. Dit is in strijd met artikel 8:16, eerste lid, van de Awb, dat vereist dat een wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de feiten bekend zijn. Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzoek niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechters is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.