Het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
De Centrale Raad van Beroep heeft beoordeeld dat de totale duur van de procedure, van ontvangst van het eerste bezwaarschrift op 30 november 2016 tot de uitspraak van de Raad op 18 februari 2025, meer dan acht jaar bedroeg. Hierbij is een periode van circa tweeënhalf jaar buiten beschouwing gelaten vanwege aanhouding van het bezwaar in verband met vergelijkbare procedures. De redelijke termijn werd hierdoor vastgesteld op zes jaar en zes dagen, wat met meer dan twee jaar werd overschreden.
De Raad heeft vastgesteld dat zowel in de bestuurlijke fase als in de rechterlijke fase de redelijke termijn is geschonden. De schadevergoeding wordt vastgesteld op €2.500, waarbij de staatssecretaris en de Staat ieder voor de helft worden veroordeeld. Daarnaast worden zij elk veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het college, begroot op €226,75.
De uitspraak bevestigt dat het recht op een redelijke termijn ook geldt voor publiekrechtelijke lichamen en volgt de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad.