ECLI:NL:CRVB:2025:396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering NOW-2 subsidie wegens onvoldoende omzetdaling
Appellante, een bedrijf in de verkoop en verhuur van campers, vroeg een tegemoetkoming voor loonkosten aan op grond van de NOW-2 regeling. De minister stelde het voorschot vast op €11.848, maar bij definitieve vaststelling werd de subsidie op nihil gesteld vanwege een omzetdaling van minder dan 20% in de periode juni-september 2020.
Appellante voerde bezwaar aan met verwijzing naar een omzetverlies van 60% en een rapport van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat een netto omzetverlies van 63% vermeldde. De minister handhaafde echter de berekening op basis van de referentie-omzet van september 2019 tot februari 2020, waaruit bleek dat de omzet in de omzetperiode hoger was dan de referentie-omzet, resulterend in een omzetdaling van 0%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond en wees het beroep tegen het eerdere besluit af. De Raad onderschreef dit oordeel, oordeelde dat appellante geen gerechtvaardigde verwachting had op subsidie en dat de gebruikte berekeningsmethode niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel of andere rechtsbeginselen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en oordeelde dat het voorschot van €11.848 terecht is teruggevorderd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter S. Wijna en leden C. Karman en J.P. Loof op 12 maart 2025.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op NOW-2 subsidie en dat het voorschot van €11.848 terecht is teruggevorderd.