Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
. [2]
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2008. In 2022 ontdekte het college dat appellant via drie eigen accounts op Marktplaats handelsactiviteiten verrichtte, waarbij duizenden advertenties met nieuwe merkproducten werden geplaatst. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf maart 2017 en vorderde ruim € 92.000 terug.
Appellanten stelden dat niet appellant, maar zijn broer de handel dreef, en dat zij hun inlichtingenverplichting niet schonden. De rechtbank vernietigde het besluit deels omdat het college niet aannemelijk had gemaakt dat handel plaatsvond in maart en april 2017. Het college herzag daarop de terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de advertenties via accounts van appellant waren geplaatst en dat verkoopactiviteiten via internet in beginsel aan de accounthouder worden toegerekend. De verklaring en bankafschriften van de broer boden onvoldoende bewijs dat hij de handel voerde. Het college hoefde daarom geen nader onderzoek te doen. Het hoger beroep faalde, waardoor de intrekking en terugvordering van bijstand gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde handelsactiviteiten via accounts van appellant.