Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakt sinds 2016 gebruik van verschillende maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waarvoor hij een eigen bijdrage betaalt. Na een uitspraak van de rechtbank die het besluit over de eigen bijdrage van 19 euro per maand voor woonvoorzieningen vernietigde, verzocht appellant om restitutie van betaalde bedragen vanaf oktober 2019. Het college wees dit verzoek af omdat appellant al de maximale eigen bijdrage betaalt voor andere voorzieningen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het afwijzingsbesluit ongegrond en handhaafde het besluit van het college. De rechtbank oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd waarom de restitutie niet werd toegekend en dat het maximale abonnementstarief van 19 euro per maand geldt voor meerdere voorzieningen samen. Bezwaren van appellant over de procedure en de onafhankelijkheid van de bezwaarschriftencommissie werden niet gevolgd.
In hoger beroep herhaalde appellant grotendeels zijn eerdere gronden, die door de Raad werden verworpen. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en wees ook het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de procedure binnen vier jaar werd afgerond. Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot restitutie van de eigen bijdrage wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.