ECLI:NL:CRVB:2025:472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening AOW-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 september 2023, waarin haar verzet tegen een eerdere uitspraak werd afgewezen. De oorspronkelijke zaak betrof de weigering van toekenning van een AOW-pensioen omdat verzoekster niet verzekerd was voor de AOW.
In haar herzieningsverzoek stelde verzoekster dat haar echtgenoot wel verzekerd was en dat zij na zijn overlijden een nabestaandenuitkering ontving, en dat zij daarom aanspraak wil maken op een AOW-pensioen om in haar persoonlijke behoeften te voorzien. De Raad heeft echter geoordeeld dat deze aangevoerde feiten geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, Awb.
De Raad benadrukt dat herziening alleen mogelijk is bij feiten die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die voor verzoekster niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Omdat verzoekster niet aan deze cumulatieve voorwaarden voldoet, wordt het verzoek om herziening afgewezen. Er worden geen proceskosten opgelegd vanwege het niet slagen van het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.