ECLI:NL:CRVB:2025:493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet volgemaakte wachttijd van 104 weken
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV wees deze af omdat zij de vereiste wachttijd van 104 weken niet had volgemaakt. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond en wees een geringe schadevergoeding toe wegens termijnoverschrijding.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij de wachttijd wel had voltooid, verwijzend naar een werkhervattingsadvies van 29 februari 2024 dat zwaardere arbeidsbeperkingen vermeldde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de verzekeringsartsen een zorgvuldig en zelfstandig onderzoek hadden verricht, waarbij geen sprake was van een gewijzigde medische situatie in de relevante periode.
De Raad benadrukte dat de beoordeling van de wachttijd een zelfstandige en volledige analyse vereist, waarbij eerdere hersteldverklaringen niet doorslaggevend zijn. Het werkhervattingsadvies betrof bovendien een ander beoordelingskader dan dat van het UWV. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de weigering van de WIA-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de wachttijd van 104 weken niet is volgemaakt.